fullscreen

Dansopdrachten WOEST

Dans je gezellig met ons mee?

Oefening 1: Opwarming

Opstelling: kring
Muziek: Woest oefening 1: Opwarming


De opwarmer heeft als doel het lichaam voor te bereiden op bewegen/dansen. De dansers in de voorstelling doen dit ook ter voorbereiding. Het spelen van een voorstelling vergt veel lichamelijke inspanning.

Ga samen met de leerlingen in een kring staan, allen met het gezicht naar het midden van de kring. U maakt nu steeds een beweging met een lichaamsdeel. Het is de bedoeling dat kinderen die beweging zo precies mogelijk gaan nadoen. Herhaal elke beweging een aantal keren zodat alle leerlingen de tijd hebben om de beweging goed in zich op te nemen en na te doen. Maak bij het voorbereiden van de les een keuze voor een aantal bewegingen.

Suggesties voor bewegingen zijn:

Hoofd                   links en rechts kijken, ja knikken, nee schudden, oor naar schouders bewegen, voorzichtig kleine cirkels draaien

Schouders           op en neer, voor en achter, draaien, schudden, samen of apart

Armen                  heffen, draaien, zwaaien, schudden in verschillende richtingen

Heupen                swingen in diverse richtingen, draaien als een hoelahoep, billen losschudden > zorg er bij deze heupbewegingen voor dat de knieën licht gebogen zijn

Benen                   buigen en strekken, tillen vanuit de knie of de voet, stappen op de plaats, heen en weer wiegen

Voeten                 tenen wiebelen, voet losschudden, voet naar je toe en van je af bewegen, op de hakken lopen, op de tenen lopen, van de hak naar de tenen bewegen

Als u de ronde herhaalt, kunt u dezelfde bewegingen uitvoeren met steeds een andere emotie. Boos met je hoofd nee schudden doe je immers anders dan wanneer je blij of verdrietig bent.

Verdieping voor groep 3/4

U kunt de kinderen de rol van ‘voordoener’ geven. Roep telkens de naam van een kind. Hij/zij mag dan het voorbeeld geven. Benadruk dat het gaat om het afzonderlijk bewegen van lichaamsdelen. Laat de ‘voordoener’ de beweging een aantal keer herhalen zodat de andere kinderen kunnen volgen en het lichaam goed kan opwarmen. Laat de kinderen niet springen, het gaat nog om het opwarmen.

  

Oefening 2: Emoties dansen

Opstelling: kring
Muziek: Woest oefening 2: Emoties dansen

Na de warming up kunt u de leerlingen bevragen over de herkenning van de emoties in de bewegingen. Daarna zou u door kunnen vragen wanneer zij zulke bewegingen maken en hoe deze er dan uit ziet. Inventariseer met de leerlingen welke emoties ze verder nog kennen. In deze oefening kiezen jullie 3 verschillende emoties uit.

Voorbeelden zijn: boos, blij en bedroefd.  
Bij elke emotie bepalen jullie een beweging. Als je boos bent bal je bijvoorbeeld je vuisten en stamp je met de voeten op de vloer. Als je bang bent kun je je helemaal klein maken en als je blij bent, begin je door de ruimte te huppelen.
Oefen de verschillende bewegingen achter elkaar, eerst zonder en later met muziek. Als docent kunt u later ‘afstand’ nemen door geen bewegingen meer voor te doen, maar de leerlingen verbaal te begeleiden door de emotie steeds af te roepen die de leerlingen moeten doen.

Verdieping voor groep 3/4
U laat 3 gekleurde papieren zien (groen, blauw en geel). Bespreek vervolgens met de klas welke kleur het beste bij een bepaalde emotie past. Deze emotie kan op het papier geschreven worden indien gewenst.              Als voorbeeld: blauw = bedroefd, groen = boos en geel = blij.

Nadat u fysiek hebt meegedaan en verbaal hebt begeleid, laat u nu enkel het gekleurde papier zien. Kunnen de leerlingen de juiste kleur aan de juiste emotie en beweging koppelen? Wanneer de leerlingen dit beheersen, kunt u de papieren omdraaien waardoor het woord op de achterkant staat.

 

Oefening 3: De driftkikker komt los!

Opstelling: eigen plek in de ruimte
Muziek: Woest oefening 3: De driftkikker komt los!

In oefening 2 hadden we al geoefend met boze bewegingen, maar welke bewegingen kennen de leerlingen nog meer? Probeer de leerlingen andere bewegingen te laten bedenken dan die in oefening 2 aan bod zijn gekomen. U kunt hen helpen door te vragen naar bepaalde lichaamsdelen, op wie of wat ze boos zijn en welke bewegingen boze dieren maken zoals bijvoorbeeld een stier, een kat of een paard. Zorg dat de leerlingen voldoende bewegingen hebben geïnventariseerd.

Vervolgens mogen ze een beginplek zoeken in de ruimte. Daar staan ze stil als een boos standbeeld. Als de muziek aangaat mogen ze met alleen boze bewegingen door de ruimte verplaatsen. Stopt de muziek, dan maken ze een nieuw boos standbeeld. Help hen tijdens de oefening met voldoende side coaching zodat de leerlingen over voldoende ideeën beschikken. 

Suggesties voor side coaching:

Welke bewegingen maak je als:

  • je boos op je kamer zit?
  • je boos bent op je lievelingsknuffel?
  • je boos bent op jezelf of juist iemand anders?
  • Wat doen je handen, voeten, benen, armen, hoofd als je boos bent?
  • Welke bewegingen maakt een kat, hond, stier als hij boos is?

Wanneer de leerlingen voldoende en verschillende bewegingen hebben laten zien, kunt u de driftkikker toevoegen. Als u het aangeeft wordt elke beweging nog groter en intenser. Als de leerlingen niet meer groter kunnen dansen, mogen ze 1 keer heel hard kwaken (als een boertje dat ontsnapt uit je mond). De driftkikker is los!

 

Oefening 4: 1-2-3 KWAAAAK!

Opstelling: verplaatsend door de ruimte
Muziek: Woest oefening 4: 1-2-3 KWAAAAK!

In de vorige opdracht hadden we het over een driftkikker, maar wat is dat eigenlijk? Bespreek met de leerlingen waar zij aan denken bij het woord driftkikker en leg het ze vervolgens/indien nodig uit (een driftkikker is iemand die heel snel boos wordt).

Ken je het spelletje Annemaria Koekoek? 1 iemand telt en de rest moet bewegen tot de teller omdraait. Dit is het favoriete spelletje van Kik, onze driftkikker uit de voorstelling. Maar hij speelt het een beetje anders…

De driftkikker telt 1-2-3. De andere leerlingen mogen door de hele ruimte dansen zoals ze zelf willen. Maar dan… na tel 3 roept de driftkikker heel hard KWAAAAK! en draait met een grote sprong om naar de dansers. Die moeten dan gelijk stil staan, anders worden ze ook een driftkikker. Wie kan dit spelletje het langste volhouden zonder in een driftkikker te veranderen?

Suggestie: de docent begint als driftkikker, de winnaar van het spel mag daarna driftkikker zijn.

 

Oefening 5: Verandering

Opstelling: 2 groepen
Muziek: Woest oefening 5: Verandering

In Woest vecht Kik tegen verandering, hij wilt het liefste dat alles blijft zoals het was. Verandering kan best goed zijn, maar het is wel heel erg spannend. Zeker als je ineens 2 huizen hebt waar andere regels gelden.

In deze oefening wordt de ruimte in tweeën gesplitst, u kunt hier een lijn, lint of pionnen voor gebruiken. Een bank is niet handig in verband met het wisselen van kant.

De 2 kanten staan symbool voor de huizen van de papa en mama van Kik. Aan elke kant gelden er andere regels. Zo mag je bij het ene huis alleen maar springen en snel bewegen en in het andere huis juist alleen maar laag en langzaam bewegen. Spreek met de kinderen in welk vak volgens hen de regels thuishoren.

U kunt voor groep 1 en 2 beginnen bij 1 tegenstelling zoals bijvoorbeeld hoog en laag. Als de leerlingen dit eenmaal beheersen kunt u ook een tegenstelling in tempo of richting afspreken. Bij groep 3 en 4 kunt u direct 2 regels invoeren en ze dan verder aanvullen met nieuwe en moeilijkere tegenstellingen.

Dans eerst met alle leerlingen aan 1 kant van de zaal. Wissel deze vervolgens af. Als de leerlingen dit goed beheersen, kunt u de groep in twee delen waarbij elke groep aan een andere kant begint. Wanneer ze wisselen van kant, geven ze een high five (of een andere begroeting) als ze elkaar tegenkomen in het midden van de zaal.
Wanneer de leerlingen de opdracht een aantal keer hebben gedaan, verdeelt u hen in tweetallen. Geef vervolgens iedere leerling in een tweetal een eigen nummer (1 of 2). Nummers 1 gaan op de bank/zijkant zitten en nummers 2 zoeken een plek op de dansvloer (let op: niet aan een kant laten staan). Wanneer de muziek aangaat danst nummer 2 een regel die ze eerder hebben geoefend, de leerling mag zelf kiezen welke. Als de muziek stopt, mag nummer 1 raden in welk huis nummer 2 was. Daarna wisselen de tweetallen om.

Verdieping voor groep 3/4

Ieder tweetal bedenkt een eigen regel (tegenstelling) en oefent deze een paar keer. Vervolgens laat u een tweetal hun tegenstelling dansen, ieder aan een kant van de ruimte. De andere leerlingen moeten dan hun regel raden.

 

Oefening 6: Woonkamerspel

Opstelling: eigen plek in de ruimte
Muziek: Woest oefening 6: Woonkamerspel

De papa en mama van Kik willen graag dat hij het fijn vindt in zijn nieuwe huizen. Daarom mag hij ineens veel meer dan toen ze nog allemaal in 1 huis woonde. Kik maakt daar graag gebruik van en speelt het liefst voetje van de vloer in de woonkamer. Hij springt van de bank op de tafel, rolt van de stoel naar de kast en balanceert bovenop een krukje.

Inventariseer samen met de leerlingen welke meubels er in de woonkamer van Kik staan. Praat vervolgens over welke bewegingen hij allemaal moet maken om van het ene naar het andere meubel te gaan zonder de vloer aan te raken.

Suggesties:

  • op een been balanceren als je op een klein krukje staat
  • grote stappen van het ene naar het andere meubel
  • balanceren op de hoofdleuning van de bank
  • draaien op een draaistoel
  • rollen over de tafel
  • schuiven over de kast

De leerlingen kiezen allemaal een plek in de ruimte. Ze gaan zich verplaatsen door de woonkamer van Kik zonder de vloer aan te raken. Daarvoor gebruiken ze de meubelstukken en bewegingen die eerder besproken zijn.

Begeleid de leerlingen met hulpteksten en lichamelijk voorbeeld wanneer u ziet dat ze meer houvast nodig hebben. Probeer hen zoveel mogelijk te stimuleren in het zoeken naar nieuwe bewegingsmogelijkheden. Dit kunt u doen door het verhaal spannend te maken en door de danselementen toe te voegen om hen echt te laten dansen en niet enkel te laten uitbeelden.

Let op: Iedereen is altijd alleen op een meubel! Spreek van tevoren goed af dat ze niet op de bestaande meubels in de ruimte klimmen.

Verdieping voor groep 3/4
Maak markeringen (Post-It, stickers, tape) door de hele ruimte en zorg dat het mogelijk is om van de ene naar de andere markering te verplaatsen zonder daarbij de vloer aan te raken. Iedere leerling mag nu bij een markering gaan staan. Als de muziek aangaat verplaatsen de leerlingen niet meer vrij door de ruimte maar van de ene naar de andere markering.

Let op: Iedere leerling is nog steeds alleen op een meubel. De leerlingen moeten dus goed op elkaar letten zodat niet meerdere naar dezelfde markering gaan verplaatsen. Zorg er daarom voor dat er meer markeringen dan leerlingen zijn zodat ze meerdere route mogelijkheden hebben.

 

Oefening 7: Woestdans

Opstelling: in 3 rijen
Muziek: Woest oefening 7: Woestdans

Download de beschrijving van de Woestdans. Een korte dans met bewegingen uit de voorstelling! U kunt het instructiefilmpje aanzetten op het digibord of de beschrijving van de dans downloaden en zelf aan de slag gaan.

Natuurlijk is het ook mogelijk om zelf een Woestdans te maken met de leerlingen door verschillende boze bewegingen achter elkaar te plakken. Gebruik ook hier de danselementen om er een echte dans van te maken.

 

Oefening 8: Geruststelling

Opstelling: in de klas
Muziek:

In Woest gaat Kik naar zijn eigen fantasiewereld om weer vrolijk te worden. In die wereld kan alles en bepaalt Kik de regels. Hoe ziet die wereld er voor de leerlingen uit? Wat zou hen helpen om weer vrolijk te worden?

Iedere leerling krijgt papier en potloden. Ze mogen een tekening van hun droomwereld maken. Als iedere leerling zijn tekening af heeft gemaakt, laten zij deze aan de andere leerlingen zien. Bevraag de ‘kunstenaar’ naar het werk en welke regels er in zijn wereld gelden. Daarna kunnen de tekeningen in het klaslokaal opgehangen worden.

Maak een foto van de tekeningen, plaats deze op Facebook of Instagram en tag SALLY hierin! De klas ontvangt dan een mooie Woest poster en een berichtje van de dansers.

Plaats reactie